Historie van de Kapel van Coelhorst

De kapel van Coelhorst op de begraafplaats Coelhorst in Hoogland-west is waarschijnlijk kort voor 1363 gebouwd. Het is een rijksmonument.
 
Met de bouw ervan kwam de kerk dichter bij de bevolking van het Hoogeland. Om naar de kerk in Amersfoort te gaan moest men vanuit het Hoogeland immers de Eem - die in open verbinding met de Zuiderzee stond - oversteken.
 
De kapel vervulde in de zestiende eeuw ook een functie bij de afkondiging van de schouw door de Heemraden van de polder en door de Malen van Hoogland. Dat gebeurde op zondag tijdens de mis, en de 'pastoer' kreeg daarvoor een salaris uitbetaald.
 
Voor de reformatie (16e en 17e eeuw) werd er in en om de kapel begraven. De kapel was gewijd aan de H. Nicolaas, schutspatroon van de zeelieden. Via de rivier de Eem was de voormalige Zuiderzee immers vlakbij. De kapel is heel wat keren van eigenaar gewisseld. Alleen al in de vijftiende eeuw waren er meer dan 7 eigenaren. Het onderhoud liet men echter achterwege: in 1590 was sprake van ernstig verval.
Tijdens de reformatie was er soms ruzie tussen roomsen en gereformeerden maar de roomsen waren met hun priesters sterker in getal dan de gereformeerden met een schoolmeester als voorganger.
Tijdens het carnaval van 1663 provoceerden de rooms-katholieke boeren de gereformeerden. De boeren uit Hoogland bedreven op zondagen uitbundig het ganstrekken, het papegaaischieten, het tonslaan met en zonder kat, en andere bij plakkaat verboden vermaken. Deze volksgebruiken waren een vorm van ontspanning na een week van zwoegen. Ook werden er in de kapel feesten gevierd door beschonken boeren.
 
De kapel heeft figuurlijk en letterlijk heel wat stormen beleefd. Zo sloeg op 11 december 1747 sloeg natuurgeweld toe: de ramen waaiden in, het dak stortte ook op verschillende plaatsen in en de muurnaden scheurden. Daarna bleef de kapel twaalf jaar lang een bouwval.
 
In 1759 werd de kapel opnieuw in gebruik genomen. Men had de bomen rond de kapel gekapt en met de opbrengst van het hout de schade hersteld. Dominee Joannes Halewijn, predikant te Bunschoten, sprak bij de ingebruikname de toepasselijke woorden 'Na deze zal ik weederkeeren, ende weeder opbouwen den tabernakel Davids, die vervallen is.' (Handelingen 15: 16-17).
 
Toen Hoogland in 1838 een zelfstandige gemeente werd, bleek de kapel te bouwvallig en te klein, en besloot men een nieuwe kerk te bouwen op Den Ham. De oude kapel werd in 1843 voor 800 gulden verkocht aan de familie van Tuijll van Serooskerken. Sindsdien is zij in gebruik geweest als grafkapel van de familie Van Tuijll van Serooskerken en thans van de familie Beelaerts van Blokland. Het rondom de kapel gelegen kerkhof bleef dienen als begraafplaats van de Hervormde gemeente.
 
In 1995 stond de kapel er niet zo mooi bij, terwijl al veel van karakteristiek Hoogland verdwenen was, zoals de molen aan de Hamseweg, de melkfabriek, en boerderijen. De Kapel van Coelhorst was nog een van de weinige cultuurgoederen in Hoogland. Een aantal Hooglanders - met als initiatiefnemers de heren Vreugdenhil, Beelaerts en van Loon - sloeg de handen ineen om te komen tot het behoud van de kapel. Men besloot een stichting Kapel van Coelhorst op te richten met als doel beschikkingsrechten van de huidige eigenaar en subsidies van de overheid te verkrijgen om de kapel te restaureren. Na een lang proces van voorbereiding en overleg is de kapel gerestaureerd; de overdracht na de restauratie was op 2 mei 2003. Hieronder een foto uit 2005.

'Koelhorst bij Amersfoort', 1626
'Ten tijde van de ontginning werd er een kasteel gebouwd. en verder een kerk. Er groeide een dorp omheen, dat ouder is dan het dorp Hoogland'. Bron: Topografische Atlas.
 
 

Kapel Keulhorst, kopergravure van Hendrik Spilman naar een tekening van Jan de Beyer, omstreeks 1750, privé bezit
 
 

De kapel in 1995