Wonen in een monument
Bron: De Maand van Hemus, maart 2004 - auteur: Leonie Walta

Op een woensdagmiddag ging ik op bezoek bij Bertus en Ineke Hylkema. Zij bewonen sinds 1949 het huis op Plantsoen Noord 2. Een bijzonder huis, want het zit vast aan de Koppelpoort en is deel van de stadsmuur. Daarbij staat het aan het begin van de Eem.

Plantsoen Noord 2, onverbrekelijk verbonden met de Koppelpoort
Bertus is ernstig ziek en aan zijn linkerzijde verlamd. Desondanks vindt hij het erg leuk om te vertellen, en zit ik een uurtje geboeid te luisteren naast zijn bed in de woonkamer. Hij heeft toevallig ook nog iets met roeien: twee dagen in de week gaat hij naar een verpleegtehuis in de Birkhoven en doet hij daar oefeningen op een roeimachine. Wel vanuit de rolstoel, en alleen met de benen, zijn linkerarm is immers verlamd.

Burgemeester Molendijk
Hoe ze in het huis terecht zijn gekomen is een heel verhaal. Bertus ging vanuit Friesland naar Amsterdam om er voor beeldhouwer te studeren, en leerde daar zijn vrouw Ineke kennen. Een vriend van hem was de zoon van de toenmalige burgemeester Molendijk van Amersfoort, en zodoende kwam hij met hem in contact. In Amersfoort wilde men graag dat artistieke mensen de monumenten zouden bewonen, en ze kregen dit huis daarom aangeboden. Er was niet veel woonruimte in die tijd, en het huis is behoorlijk ruim, dus dit was een groot geluk. Wel hebben ze een tijd de helft van het atelier verhuurd om de huur te kunnen betalen.

Watermolen en 'nacht'poort
Vroeger was het huis een watermolen, en tevens een volmolen waar stoffen werden vervilt tot laken. Een van de ingredienten die hiervoor benodigd waren was urine. De arbeiders uit de St Agathastraat kwamen hun urine hiervoor dagelijks inleveren, in de volksmond werd dit daarom het 'pisstraatje' genoemd. Het huis zit aan de landpoortzijde van de Koppelpoort, hier bevindt zich nog een smallere doorgang. Dit is een poort die alleen 's nachts werd gebruikt. De boeren die binnen de stadsmuur hun boerderij hadden en buiten de stadsmuur hun land konden hierdoor 's avonds laat nog naar binnen. Het huis is overigens 'in' de stadsmuur gebouwd, wat aan de binnen- en buitenzijde te zien is aan de karakteristieke bogen in de muur. Vroeger woonden er in de Koppelpoort zelf ook nog mensen, nu geeft hier een schilder wat cursussen en kunnen mensen op een rondwandeling de poort van binnen bekijken.

Ruim
Het huis is behoorlijk ruim. Op de onderste verdieping is nu de woonkamer van waaruit je uitkijkt op de beek en de stuw. Op de bovenste verdieping is naast een paar slaapkamers het atelier dat Ineke me laat zien. Een enorme ruimte waar door haar man uit hout en been gesneden beelden en voorwerpen nog zijn te bewonderen tussen alle gereedschappen door. Vaak is de indeling bij gebouwen die een industriŽle achtergrond hebben niet zo logisch, en lijkt het niet op een woonhuis, maar hier is dat toch allerminst het geval.

De Eem
De Eem ontspringt waar een aantal beken samenkomen, dit is bij de Koppelpoort. Vroeger liep er ook nog een riviertje achter het huis langs. Doordat hiermee vuil water werd afgevoerd naar de Eem stonk het soms erg. De Eem had vroeger ook nog een andere loop, voor een deel onder de huizen door. Bij de notaris aan 't Zand schijnt dit in de kelder nog zichtbaar te zijn. Bertus vertelt dat ze eigenlijk niet zoveel van de Eem meemaken, het huis ligt aan de beek bij de stuw, dus zien ze voornamelijk wat daar gebeurt. Soms zien ze er wel eens kanoŽrs hun bootje overtillen. Hij heeft wel geschaatst op de Eem, tot aan 't Raboes, maar ondanks de strenge winters kon dat niet vaak omdat de binnenvaart (graanschepen) de Eem openhield. Verder is Bertus erg geÔnteresseerd in de vogels die er allemaal bij het water te vinden zijn. Er zit vaak een reiger op het dak, die heet dan Gerrit, ongeacht welke reiger het is.

Veranderend landschap
Waar nu de spoorbaan twee onderdoorgangen kent aan beide zijden van de Eem waren eerder twee spoorwegovergangen. Vroeger hebben Bertus en Ineke veel gewandeld door de tuinderijen aan de andere kant van het spoor. Op die plaats blijk ik nu zelf te wonen. De straten hier in de buurt - Bladweg, Stengelweg, Landbouwweg - doen nog herinneren aan deze tuinderijen. In die straten staan de 'Zweedse huisjes', gebouwd na de oorlog met Zweedse hulp. De huidige ontwikkelingen rondom het Eemkwartier vindt Bertus niet erg plezierig. Er ligt al jaren een enorme kale vlakte, en misschien komen er straks hoge kantoorgebouwen die het uitzicht bederven. Maar hij is ook wel benieuwd hoe het straks wordt. Verder hoopt hij dat er na hen in ieder geval weer mensen in hun huis komen wonen, en dat het geen kantoor of restaurant wordt.

En zo loop ik weer naar huis, over de spoorwegovergang. Ik zie graanschepen aan de kade, ruik op de achtergrond de urinelucht van de volmolen en rechts zie ik de tuinderijen liggen. Dan sta ik ineens weer voor de deur van mijn nieuwbouwwoning en besef me dat ik me door het verhaal van Bertus aardig heb laten meeslepen.