DE CHARME VAN DIJKDOORBRAKEN
Waaien en wielen langs de Eem

Bron: De Maand van Hemus, oktober 2005 - auteur: Jos Wassink
 
Stel je eens voor dat je honderd jaar geleden leeft. Het is een novembernacht en de noorderwind trekt stevig aan tot stormkracht. Het water van de Zuiderzee stuwt op en de monding van de Eem wordt één kolkende delta van een paar honderd meter breed. Het zoute water drukt steeds harder tegen de zwakke dijkjes en uiteindelijk, onvermijdelijk, gaat het ergens mis.



Het zeewater dringt gulzig door de dijk, duikt aan de andere kant omlaag en stort zich kolkend in het lage land. Een draaikolk spoelt de aarde los en sleurt het mee de put uit. Binnen de kortste tijd graaft het zoute water zich diep de grond in. Meestal acht, soms zelfs vijftien meter diep.
De volgende ochtend is achter de doorgebroken dijk een ronde vijver ontstaan van tussen de tien en vijftig meter doorsnee. Aan de achterkant ligt een bergje zand dat het uitstromende water daar heeft laten vallen. De put is veel te diep om te dempen, dus de polderbewoners blijft niets anders over dan de dijk met een boog om het gat heen te leggen. Weer is er een 'wiel' of een 'waai' ontstaan.
 
Honderd jaar later fietsen er mensen over de dijk. Ze verbazen zich over de grappige bochten in de dijk en de fraaie ronde vijvers daar beneden. Welke tuinarchitect mag die wel aangelegd hebben? Fraai landschap, vindt ook de provincie Utrecht die de 'wielen' of 'waaien' afgelopen juni de status heeft toegekend van aardkundig monument.

Waaien ter hoogte van Eemnes
Richard Sierat werkt als werkvoorbereider bij het Waterschap Vallei & Eem. Hij functioneert als schakel tussen het fraaie kantoor aan het Valleikanaal en de jongens aan de dijk. Richard kan elk moment gebeld worden door een boer met ondergelopen land. Dat vindt hij leuk, Richard dan. Om uit te vinden wat er aan de hand is. Loopt er een sloot niet door, zit er soms een duiker verstopt? Richard zoekt het uit en stuurt er een werkploeg op af.
Sierat kent de wielen goed. Op een oude kaart van de Eem wijst hij me er een stel aan. Als je goed kijkt, dan zie je langs de hele loop van de Eem kleine rondje vijvers liggen, vlak aan de dijk. Het zijn er ongeveer dertig in totaal. De meesten liggen noord van Eembrugge, maar de zuidelijkste wielen zijn verrassend dichtbij. Zo liggen er twee achter het zomerdijkje ter hoogte van het wisselvlot.
Oost van de Eem spreekt men over 'wielen', in het westen heeft men het over 'waaien' en elders spreekt men ook over 'kolken'.
 
Als je er niets aan doet, vult veen het uitgespoelde gat weer langzaam op. Veen vormt de basis voor andere begroeiïng en na tweehonderd jaar staat de wiel droog en is het niets meer dan een bosje in het landschap geworden. Sierat kan er zo een paar aanwijzen in de buurt van Eemnes.
Maar die verlanding moet actief bestreden wordt, vindt de provincie Utrecht. Er zijn immers sinds de afsluiting van de Zuiderzee in 1932 geen wielen meer bijgekomen, dus zonder ingrijpen zullen die wielen uit het landschap verdwijnen. En dat zou zonde zijn.
Natuurmonumenten onderhoudt een groot aantal wielen daarom. Het is voornamelijk een kwestie van openhouden: het riet maaien en af en toe een boom er uittrekken als de verlanding dreigt door te zetten.
Daardoor ontstaan plekken die bijzondere dieren aantrekken. Er gaan verhalen over enorme snoeken die in de gaten zouden huizen. Sierat lacht, hij kent de verhalen, maar er zou wel een kern van waarheid kunnen schuilen in het visserslatijn. Veel wielen zijn namelijk verbonden met een slootje aan de voet van de binnenkant van de dijk, de wetering. Vissen kunnen daardoor de spoelgaten bereiken. Mogelijk dat de iets andere watertemperatuur en de begroeiing het tot een aantrekkijke plek maken. En als er eenmaal visjes zitten, dan komt de snoek ook wel.
Ook vogels zijn er mee in hun sas. De lepelaar bijvoorbeeld geeft de voorkeur aan half-verlande wielen waar het water nog maar kniediep is. Dat is fijn pootjebaden. Kemphanen daarentegen zijn minder kritisch over de waterdiepte. Als ze maar luidruchtig heen en weer kunnen scheren over het water. Het gedrag maakt deel uit van hun baltsgedrag, vertelt Richard. Dat hebben ze dan gemeen met waterscooteraars, denk ik.